Keti Koti Tafel decor

Opening Keti Koti Ontbijt Tafel

Updated: Feb 13

Door Greteke de Vries


"Ken je mij, wie ken je dan?

Een dialoog is ontmoeting en zoals we hier bij elkaar zijn is alles daarop gericht. Een dialoog is bedoeld om samen vérder te komen, verder dan waar je in je eentje gebleven bent. Spannend is een dialoog ook, we zullen iets van onszelf moeten laten zien wil het tot een echte ontmoeting kunnen komen, die gericht is om samen te veranderen, sámen bij te dragen aan een betere wereld.


Als Trijntje Oosterhuis het lied zingt ‘Ken je mij, wie ken je dan?’ dan vraagt ze zich af: wat wéét jij van mij dat ik niet weet, niet voldoende weet van mezelf? Ik snap de tekst niet helemaal, maar het gaat geloof ik om dat wat er tussen mensen kan gebeuren. Jouw ogen kunnen iets zien van mij, dat ik van me zelf niet weet. Jij kunt tevoorschijn roepen wat voor mezelf eigenlijk verborgen is. Ook het lelijke, ook als ik in m’n hemd sta, naakt ben, niet meer verstopt.


In de dialoog van vandaag kunnen we checken of het klopt wat jij van mij denkt te zien, of het klopt wat ik van jou meen te zien.


Ja, het is waar. U ziet van mij meteen dat ik wit ben. Ik heb een paar maanden terug een DNA-check gedaan. Alleen maar West-Europa, Engeland en Scandinavië in mijn voorgeschiedenis. U ziet van mij dat ik lang ben en een gezond uiterlijk heb. Geen armoe in mijn familie sinds generaties. U ziet van mij dat ik hier durf te praten. Ja, sinds enige generaties hebben vrouwen in mijn familie verantwoordelijkheid genomen voor belangrijke dingen buiten het huishouden en de familie. Dat heeft mij zelfvertrouwen gegeven, al blijft het soms wel eng. U kunt vermoeden dat ik bereid ben tot gesprek, dat ik bereid ben om iets te horen over mezelf dat ik niet leuk vind maar dat van belang kan zijn om sámen verder te komen.

U kent dus al iets van mij voordat u mij gesproken heeft. Zo kan ik van u ook al iets kennen voordat u en ik elkaar gesproken hebben. Dat is oké, het kan niet anders. Maar dat is niet het hele verhaal. En daar begint de dialoog, daar begint ’t spannend te worden: als we een ander ontmoeten.


Weet u waar ik bang voor ben? Ik ben vaak bang dat zwarte mensen dit denken over mij: “Ik ga voor die witte vrouw een beetje oppassen, eerst maar eens zien wie ze echt is, zal ze geen macht over mij willen uitoefenen, gaat ze mij discrimineren, zij hoort bij de dominante groep in dit land, zij snapt niet wat het betekent om zwart te zijn, accepteert ze mij wel? Laat ik haar maar een beetje uit de weg gaan.”


Omdat ik daar bang voor ben, dat zwarte mensen dat van mij denken, heb ik de neiging om extra mijn best te gaan doen. Ik probeer dan als het ware te laten weten door mijn praten en mijn manier van doen, dat ik snap dat het zo werkt, dat het gevoelig tussen ons ligt, maar heus, u hoeft voor mij niet bang te zijn.

Ik geef toe: daarmee probeer ik controle te houden over onze ontmoeting. Ik wil niet door iemand die zwart is vast gepind worden op mijn wit privilege en discriminatie. Dat verlamt me en dat maakt dat ik me terug trek. Misschien gebeurt het niet eens en dénk ik alleen maar dat het gebeurt…


Ik wil zó graag dat zwart en wit gelijkwaardig zijn, dat we als zwart en wit ons op ons gemak voelen bij elkaar. En ik wil daaraan mee werken. Maar als ik bang ben dat ik in een hokje gestopt wordt als wit, of liever: vast gepind …. dan lukt de ontmoeting niet. Dan blijft er een soort tussengedeelte tussen ons in staan.


Dat kan gelukkig wel kleiner worden, dan naderen we elkaar. Maar het kan helaas ook groter worden. Ik heb het over dat moment van aftasten, van de ander méten, van afvragen: is er gevaar, word ik geaccepteerd, is het veilig of onveilig tussen ons?


Dat zijn momenten waarop het zinnig is om eerst mijn eigen gedachten en gevoelens te onderzoeken. En dan zal ik helaas altijd weer stuiten op culturele stereotyperingen in mij die zo hardnekkig zijn. Hoor ik mezelf toch weer iets zeggen, denk ik: waar kómt dit nu weer vandáán?? Ben ik tóch weer verrast door een Surinaamse vrouw die zo slim en krachtig is - sorry sorry sorry!! Dus ik snap dat u superioriteit bij mij vermoedt en daarop reageert, want het klopt… enigszins… een paar seconden….. en ik zal als ik een zwart persoon ontmoet eerst ook weer mijn schuld en schaamte voelen over kolonialisme, slavernij, uitbuiting door de witte cultuur – het is toch om in de grond van te kruipen van schaamte dat Amsterdam zo mooi en rijk is geworden vanwege dat schandalige verleden? En ja, via mijn cultuur heb ik daar mee te maken. Dus ja, dat u mij daarop aankijkt… dat moet ik incasseren.


Maar daarna, of tegelijkertijd, kan de tussenruimte kleiner worden. Kunnen we elkaar ontmoeten. Want ik ben méér en ánders dan mijn witheid en mijn voorfamilie, net zoals u allen ook méér en anders bent. Ik probeer niet de lijnen dóór te trekken, maar waar ik kan juist racisme en discriminatie stóp te zetten.


Eerdere ervaringen van ontmoetingen met zwarte mensen spelen mee in mijn ontmoetingen van vandaag. Mijn angst om door zwart niet geaccepteerd te worden, mijn superioriteitsgevoelens, mijn schaamte – nou, mijn schaamte misschien niet, maar mijn angst en mijn hoogmoed zijn in de loop van jaren minder geworden. Juist door echte ontmoetingen, door vriendschappen met zwarte mensen, zwarte familieleden, zwarte collega’s.


En ik denk en hoop dat deze dialoogtafel daar ook weer aan bijdraagt. Wij van de organisatie, van de Dialoogtafel en van de Muiderkerkgemeente willen niet de tussenruimte vergroten maar verkleinen. Ja, het slavernijverleden werkt door in de relaties tussen zwarte en witte mensen, en het lijkt mij - hoe pijnlijk en vervelend ook - altijd weer noodzakelijk om dat te benoemen en er lering uit te trekken. Maar niet om de afstand te vergroten. Juist in de hoop, dat elkaar leren kennen, wéten wat in de ander omgaat, dat dat de afstand verkleint en dat dat bijdraagt aan toenemende gelijkwaardigheid op alle terreinen van onze samenleving waar ieder van ons op eigen wijze deel van uit maakt."

17 views0 comments